Afspraken VGZ

 
 
Via deze nieuwsbrief willen we een korte terugkoppeling geven op wat het resultaat uit deze overleggen is.

In de afgelopen maanden heeft het LHV Overlegteam Huisartsen (OTH) overleg gevoerd met de inkopers en managers van VGZ die verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van de Zorgovereenkomst Huisartsgeneeskundige Zorg 2020-2021. 
Het OTH heeft in samenspraak met vertegenwoordigers van alle kringen (de Klankbordgroep*) waar VGZ preferent is input geleverd. Daarnaast heeft VGZ zelf in haar kernwerkgebied meerdere regiobijeenkomsten georganiseerd. Daar hebben huisartsen rechtstreeks bij VGZ hun wensen t.a.v. de nieuwe contractuele periode ingebracht.

Indexering

Het overleg over de indexering conform de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord 2019-2022 is op de landelijke bestuurstafel gevoerd tussen LHV/Ineen en VGZ. Het resultaat van dit overleg is dat VGZ de prestaties met een looncomponent (M&I’s, Praktijkmanagement, Zorg voor Kwetsbare Ouderen, Stoppen met Roken en Service en Bereikbaarheid) vanaf 2020 jaarlijks gaat indexeren. In de overeenkomst en de bijbehorende bijlagen/addenda treft u de tarieven 2020 aan. In de Zorgovereenkomst is vervolgens vastgelegd in artikel 5.1 dat voor 2021 eveneens geïndexeerd wordt. Tevreden kijken LHV en VGZ terug op het bereikte resultaat, dat in onze ogen een correcte vertaling is van de afspraken in het Hoofd Lijnen Akkoord (HLA).

Vertaling Hoofdlijnenakkoord moet nog concreter

Het overleg met VGZ vond plaats in een constructieve sfeer. Toch is het OTH van mening dat we er als partijen nog onvoldoende in geslaagd zijn de in het HLA gemaakte afspraken concreet handen en voeten te geven in de Zorgovereenkomst Huisartsgeneeskundige Zorg. Deels heeft dat te maken met het gegeven dat de uitwerking van de thema’s uit het HLA (o.a. Meer Tijd voor de Patiënt, Zorg voor kwetsbare ouderen, Juiste Zorg op Juiste Plek) wat VGZ betreft vooral regionaal opgepakt dienen te worden, via het regioplan. 

De overleggen over het regioplan zijn in de periode april-mei gestart met zorggroepen of huisartsencoöperaties. In de komende maanden worden weer gesprekken gevoerd aan de hand van concrete offertes. Het OTH heeft nog onvoldoende zicht op hoe een en ander regionaal verloopt en of de LHV-Kringen en de regionale zorggroepen voldoende input hebben kunnen leveren. De komende weken inventariseren we via de Klankbordgroep of de Kringbesturen actief betrokken zijn bij de totstandkoming van het regioplan en wat de inhoud van het regioplan is.  

Voor u als huisarts c.q. huisartsenpraktijk is het goed om daarover ook zelf vinger aan de pols te houden door uw LHV-Kringbestuur en uw Zorggroep op de inhoud van het regioplan te bevragen. Pas als ook de overeengekomen regioplannen bekend zijn en vertaald in concrete afspraken kan een definitieve balans opgemaakt worden. Dan kan ook beoordeeld worden of de afspraken uit het HLA voldoende door vertaald zijn in de overeenkomsten voor de verschillende segmenten (S1, S2, S3 en Buiten Segmenten).

Resultaten op hoofdthema’s

Hier volgt een korte samenvatting van de hoofdthema’s die besproken zijn. Het OTH geeft daarbij aan waar resultaten zijn bereikt, maar ook waarover nog verder gesproken moet worden. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de wijzigingen die VGZ in de overeenkomst heeft aangebracht, verwijzen we naar het schematisch overzicht op de website van VGZ.

- Algemene bepalingen uit de Zorgovereenkomst Huisartsgeneeskundige Zorg

  • Artikel 2 bevat een algemene beschrijving in lid 1 en 2 van de wijze waar de zorgverlening vanuit de huisartsenpraktijk geleverd dient te worden. Het OTH heeft erbij VGZ op aangedrongen lid 3 en 4 te laten vervallen. Reden hiervoor is dat VGZ te gedetailleerd ingaat op de wijze waarop huisartsen geacht worden geneesmiddelen voor te schrijven en diagnostiek aan te vragen. Voor een deel heeft VGZ onze specifieke opmerkingen verwerkt, maar voor een deel ook (nog) niet:
    De rol die VGZ in dit artikel aan de regio toebedeeld in het kader van de uitwerking van het nieuwe VGZ Inkoopbeleid Eerstelijns Diagnostiek hoort naar de mening van het OTH niet thuis in de Zorgovereenkomst Huisartsgeneeskundige Zorg.

  • In artikel 3 Continuïteit van Zorg heeft het OTH aangedrongen op een formulering waarbij ook de zorgplicht van de zorgverzekeraar duidelijk verwoord wordt en niet alleen de individuele huisarts tot in het oneindige aangesproken kan worden op het zorgdragen voor continuïteit van zorg. Het OTH vindt de meest recente door VGZ aangeleverde tekst voor artikel 3 lid 7 een duidelijke verbetering, omdat de verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg na een inspanningsverplichting van de individuele huisarts voor zorgvuldige overdracht overgaat op de regionale partijen. Toch zijn we nog niet helemaal tevreden en hebben we er wederom bij VGZ op aangedrongen om de expliciete uit de wet voortvloeiende zorgplicht van de zorgverzekeraar ook in de tekst van dit artikel op te nemen.

  • Ten aanzien van artikel 6 heeft het OTH aangedrongen op het door VGZ loslaten van het automatisch verrekenen van terechte vorderingen. Het OTH wil dat VGZ net als andere zorgverzekeraars pas terugvordert na instemming van de zorgaanbieder, dan wel ingeval de zorgaanbieder niet terugbetaalt, over te stappen op verrekenen. In alle gevallen dient volledig transparant te zijn waarop de vordering en eventuele verrekening betrekking heeft. Met deze wijziging in systematiek kan VGZ niet zondermeer akkoord gaan. We gaan hier verder over door praten met VGZ in de werkgroep administratieve zaken. De oplossing van dit probleem hoeft nl. niet per se in de tekst van de overeenkomst gevonden te worden.

 - Resultaatbeloning Diagnostiek en Kwaliteit

  • Het OTH heeft erbij VGZ op aangedrongen om het te behalen resultaat op het onderdeel digitaal aanvragen diagnostiek naar beneden bij te stellen voor zowel 2020 als 2021. VGZ heeft dit verzoek gehonoreerd. Voor 2020 wordt het percentage 65% digitaal aanvragen (i.p.v. 75%) en in 2021 80% (i.p.v. 100%).

- Resultaatbeloning Doelmatig Voorschrijven van geneesmiddelen

  • Het OTH heeft er op aangedrongen om aan deze prestatie niet nog meer nieuwe indicatoren toe te gaan voegen in 2020-2021, maar de prestatie te beperken tot de landelijke algemene indicator Formularium Gericht Voorschrijven (FGV) en aan te sluiten bij de doorontwikkeling daarvan. T.a.v. deze landelijke indicator heeft VGZ in de afrekening 2018 afkapwaarden en een beloning toegekend die de nodige vragen en kritiek heeft opgeroepen. Het OTH heeft deze kritische geluiden ingebracht. Mocht u vinden dat u door deze strakke afkapwaarden benadeeld bent in het belonen van uw doelmatig voorschrijven, dan raden wij u aan contact op te nemen met de VGZ-inkoper in uw regio.
  • Het overleg heeft ertoe geleid dat VGZ in de nieuwe overeenkomst 2020-2021 niet vijf nieuwe indicatoren toevoegt, maar slechts drie en de indicator m.b.t. insulines laat vervallen. Bovendien gaat VGZ voor de algemene indicator FGV de beloningssystematiek aanpassen.
  • De vragen over de afrekening 2018 zijn nog onvoldoende beantwoord. Ook moet op zo kort mogelijke termijn helder worden hoe VGZ 2019 gaat afrekenen, welke afkapwaarden zij gaan hanteren en wat de daarbij behorende beloning wordt. Ook wil het OTH graag transparant hebben welke bedrag VGZ in totaal heeft uitgekeerd aan deze prestatie in 2017 en 2018.

 - Praktijkmanagement Samenwerkingsverband

  • VGZ wil deze prestatie al in 2020 omvormen tot wijkmanagement. Dat er een inhoudelijke relatie moet zijn tussen praktijkmanagement en wijkmanagement wordt door het OTH onderschreven. Tegen de praktische uitwerking die VGZ eraan koppelt, nl. dat samenwerkingsverbanden die in 2018 en/of 2019 al de prestatie “Praktijkmanagement Samenwerkingsverband” gecontracteerd hebben de extra uren voor het wijkmanagement vanaf 2020 slechts via hun zorggroep kunnen contracteren, heeft het OTH bezwaar gemaakt. Niet alleen omdat deze uitwerking onnodig is, maar ook omdat hier een BTW vraagstuk om de hoek komt kijken. VGZ houdt hier toch aan vast.

 - Regionale prestatie

  • Het OTH is van mening dat het onderdeel deelname aan praktijkaccreditatie als een aparte prestatie toegevoegd zou moeten worden aan de overeenkomst 2020-2021 en heeft hier bij VGZ op aangedrongen. Immers, daarmee wordt implementatie van het nieuwe kwaliteitsbeleid van de beroepsgroep bevorderd. VGZ is van mening dat deelname aan accreditatie alleen vergoed kan worden als men dit ook in 2020-2021 onderdeel laat zijn van het regioplan en daarmee de regioprestatie. Het OTH is van mening dat er in de meeste regio’s zoveel thema’s onderdeel zijn van het regioplan, dat straks huisartsen voor hetzelfde maximale bedrag (€ 2 per verzekerde per jaar) aan veel meer thema’s een bijdrage moeten leveren en daarmee dan ook meer tijd kwijt zijn.
  • Ook Meer Tijd voor de Patiënt zou volgens VGZ gefinancierd moeten worden uit de regio prestatie. Het OTH blijft hierover in gesprek met VGZ en op het moment dat de inhoud van de regioplannen bekend is kunnen we daarover een definitief oordeel vellen.

 - Service & Bereikbaarheid

  • Het OTH heeft bij VGZ aandacht gevraagd voor het feit dat deze prestatie niet strookt met de huidige continuïteits- en werkdruk problematiek. Verder heeft het OTH de kritiek van de achterban overgebracht dat het oude tarief niet kostendekkend is voor het onderdeel extra spreekuurtijd. Inhoudelijk wordt deze prestatie nu niet gewijzigd, het onderdeel extra spreekuurtijd is geen verplicht onderdeel. Het gesprek over een andere inhoud wordt in het najaar verder uitgewerkt. Verder gaat VGZ de staffelsystematiek en bijbehorende tarieven helder verwoorden in het addendum.

 - Zorg voor Kwetsbare Ouderen

  • VGZ wil zorggroepen stimuleren om een integraal zorgprogramma voor kwetsbare ouderen aan te bieden. In regio’s waar dit door de zorggroepen wordt aangeboden vervalt, bij voldoende deelname aan het integrale programma, de mogelijkheid om als praktijk de prestatie Zorg voor Kwetsbare Ouderen te contracteren. Het OTH heeft hiertegen bezwaar gemaakt omdat we niet overtuigd zijn van de meerwaarde om de zorg aan kwetsbare ouderen alleen via een integrale zorgprogramma prestatie aan te bieden. Zeker nu met de introductie van de O&I betaaltitels de mogelijkheid bestaat om de zorgonderdelen van een prestatie en de management onderdelen los te koppelen qua contractering. Het gesprek hierover wordt vervolgd. VGZ gaat met het OTH de resultaten uit de pilots m.b.t. het integrale zorgprogramma bespreken.

 - Stimuleren van Meer Tijd Voor de Patiënt

  • VGZ heeft het aantal pilots waar Meer Tijd Voor de Patiënt wordt gecreëerd middels extra inzet van huisartsencapaciteit uitgebreid. VGZ wil echter pas tot een verdere verbreding van deze oplossing voor MTVP over gaan als alle implicaties goed in beeld zijn. Want hoewel de resultaten in de eerste pilots veelbelovend zijn, heeft VGZ nog onvoldoende cijfers beschikbaar die nodig zijn voor een brede implementatie.
  • VGZ heeft toegezegd dat huisartsen die met een andere oplossingsrichting voor MTVP aan de slag willen bij VGZ aan kunnen kloppen om te verkennen of hier een pilot mogelijk is.
  • Tot slot is - zoals reeds eerder gesteld - het breed implementeren van succesvol gebleken interventies om meer tijd voor de patiënt te realiseren mogelijk als onderdeel van het regioplan. De financiering voor de praktijken die met deze interventies aan de slag willen loopt via de regioprestatie. Het OTH is van mening dat de € 2 per verzekerde per jaar te gering is om daarmee tegemoet te komen aan het meerwerk dat de implementatie van al deze thema’s in huisartsenpraktijken mogelijk met zich meebrengt.

VGZ biedt de nieuwe overeenkomst binnenkort via het VECOZO Zorgportaal aan. Het OTH blijft in gesprek met VGZ en monitort of VGZ de in het HLA beschikbare groeiruimte met dit aanbod ook voldoende beschikbaar maakt voor huisartsen.

Wij hopen u voldoende te hebben geïnformeerd,

Overlegteam Huisartsen (OTH)
Jan Boone, huisarts
Regien Kievits, huisarts
Cecile Kramer (LHV)
Patricia Brands (LHV)


* Ronald Morshuis (Midden-Brabant), Gaël Pennings (Nijmegen), Misja Cremers (Zuidoost-Brabant), Jan Takken (Limburg), Ron van Houten (Zuid-Holland Zuid), Pieter Antonides en Elseline Verheul (Noord-Brabant Noordoost), Karin van Haaren (West-Brabant), Hans Gimbel (Noord-Holland Noord)