Terugblik: WAGRO meets HAGRO. De toekomst van de huisartsen in Noord-Holland Noord

‘Het is fijn om een tijdje samen te wonen alvorens te trouwen.’
 
Donderdagavond 21 november werd op openhartige wijze gediscussieerd over hoe wij, als betrokken huisartsen, het hoofd bieden aan het groeiende tekort aan collega’s in onze regio. Klopt het dat een waarnemer liever waarnemer blijft? Wat heeft een waarnemer nodig om praktijkhouder te worden? En klopt het dat een praktijkhouder liever niet wil associëren?

Onder leiding van Angelique Bongers (o.a. huisartsenopleider en programmamanager VUmc) kwamen verschillende aannames en vooronderstellingen op tafel. Maar liefst 80% van de aanwezige waarnemers gaf aan graag te associëren met als doel uiteindelijk praktijkhouder te worden. Maar zij gaven ook aan dat er een bepaalde angst is om de stap naar een eigen praktijk te zetten. Het waarnemerschap biedt voor de levensfase waarin de meesten zich bevinden een prettige flexibiliteit en grip op het aantal te werken uren. Hierdoor is het werk goed te combineren met een gezin met jonge kinderen.

De ervaringsverhalen van overbelaste praktijkhouders die geen waarnemer kunnen vinden versterken het beeld dat er grote nadelen kleven aan het praktijkhouderschap. Een werkweek van 60 uur is heel normaal. Dit raakt precies het kwetsbare punt van de jonge huisarts: ‘houd ik voldoende tijd over voor mijn gezin?’

Toch blijft voor de meeste waarnemers het praktijkhouderschap het lonkend perspectief. Want hoe fijn is het om je patiënten continuïteit van zorg te kunnen bieden? ‘Eindelijk kan ik het afmaken’, vertelde een huisarts die na een periode van waarnemen nu twee jaar praktijkhouder is. ‘Het is bijzonder leuk om het netwerk van je patiënten te kennen, de straat waar ze wonen, de sociale context en dat van verschillende generaties. Bovendien is het prettig om na jaren van adhoc werken als waarnemer, zeggenschap te hebben over hoe je de praktijk voert.’

De voordelen van het praktijkhouderschap zijn duidelijk, de nadelen ook. Zo ook die van het waarnemerschap. Hoe moet het nu verder?

Waar kunnen we elkaar versterken?

‘Openheid’ wordt genoemd. Het is voor veel waarnemers lastig in te schatten waar de risico’s liggen en hoe groot die zijn. Hoe druk is het om te werken als praktijkhouder? Hoeveel tijd ben je kwijt aan administratie? Wat komt er nou echt bij kijken als je een praktijk runt? Verschillende praktijkhouders geven aan, graag openheid van zaken te geven. ‘Kom maar langs, dan laat ik het zien.’ De waarnemers worden nadrukkelijk gevraagd hierin ook initiatief te tonen. ‘Vraag mij naar de cijfers, ik laat ze je zien, ik ben zelf ook wel benieuwd wat ik nou eigenlijk precies verdien.’

Tegelijkertijd wordt ook aangegeven dat het runnen van een praktijk van zoveel factoren afhankelijk is, dat het ook lastig te vergelijken is. Waar de ene praktijk knelpunten heeft in de ICT, zit de ander meer met ruimtegebrek in zijn maag.

De regio Noord-Holland Noord kent relatief veel solisten. Dat is voor de meeste waarnemers geen wenselijke situatie. ‘Het is leuker om het samen te doen en het vermindert de kwetsbaarheid, bijvoorbeeld ten tijde van vakantie.’ Maar huisvesting is dan vaak meteen een probleem bij de overname. Een praktijkovername wordt aantrekkelijk wanneer de waarnemer kan associëren. ‘Het is fijn om een tijdje te kunnen samenwonen, alvorens te trouwen.’ Een warme overdracht van een jaar waarbij de praktijkhouder als een soort mentor op de achtergrond fungeert kan op een ruime sympathie van de waarnemers rekenen. Het geeft de waarnemer het vertrouwen om de stap te zetten. En, oh ja, als er overdrachtskosten zijn, vinden de waarnemers het prettig wanneer dit in een vroeg stadium duidelijk is.

Het vraagt een andere manier van denken en inrichten van het proces van overname. De huidige praktijkhouders doen er goed aan eens kritisch naar de eigen praktijk te kijken, in hoeverre die is ingericht op de gewenste ‘warme’ overdracht en de mogelijkheid om de solopraktijk gereed te maken voor de komst van twee huisartsen. En wellicht zijn er ook andere vormen dan praktijkhouderschap te overwegen. Werken in loondienst is voor een aantal waarnemers ook een goed alternatief.

En dan blijft de huisartsenpraktijk natuurlijk een onderneming met alle onzekerheden van dien. ‘Het krijgen van een kind komt ook nooit gelegen, dat geldt in een bepaalde mate ook van het starten van je eigen praktijk: ga niet wachten op het juiste moment, dat dient zich namelijk niet als zodanig aan.’

Wat is de volgende stap?

De aanwezigen pleiten voor een platform om elkaar te ontmoeten. De discussiegroep van de kring Noord-Holland Noord zou hiervoor ingezet kunnen worden. Op deze plek kunnen praktijkhouders aanbieden waar waarnemers een dag kunnen meelopen om een kijkje in de keuken te nemen. Er werd ook een ‘Open huis bustour’ door de regio geopperd om starters en stoppers met elkaar in contact te brengen.

Het is voor starters prettig om voor een bepaalde tijd een soort buddy / ervaringsdeskundige te hebben die je op weg helpt. In sommige regio’s is een mentorprogramma opgezet om de startende huisarts hierin tegemoet te komen. We kunnen onderzoeken of dit ook voor onze regio opportuun is.

VGZ en gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van de huisvesting van huisartsen. Via de huisartsenkring en de coöperaties kunnen beide partijen op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.

In gesprek

Na de bijeenkomst werd ruim gebruik gemaakt van de mogelijkheid om elkaar informeel te spreken. Telefoonnummers werden uitgewisseld en op een speciaal aangewezen papier konden de aanwezigen zich aanbieden voor contact. Diverse aanbiedingen voor een ‘kijkje in de keuken’ werden genoteerd, maar ook ‘HIDHA / Associé gezocht’. We zullen de aanbiedingen (na verkregen toestemming) op Haweb tonen, zodat men contact kan opnemen.