Toezicht IGZ op medicatiebeoordeling

 
 
Toezicht IGZ op medicatiebeoordeling
In dit nieuwsbericht richten wij ons uitsluitend op de medicatiebeoordeling, een gezamenlijke verantwoordelijkheid van huisartsen en apothekers. Wij gaan in op de minimale eis waarop IGZ bij apotheker en huisarts toetst vanaf 1 juli 2015.

Regelmatig wordt gesproken over medicatiebeoordeling, medicatieoverdracht en medicatieveiligheid. Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt. Niet alleen tussen de verschillende beroepsgroepen, maar ook binnen de beroepsgroep zelf.
Voor wat betreft medicatieveiligheid en medicatieoverdacht zijn er diverse initiatieven in de regio en zijn er ook andere disciplines bij betrokken dan apotheker en huisarts. Bijvoorbeeld de verpleeghuizen, verzorgingshuizen en de thuiszorg (VVT-instellingen). Informeer in uw regio wat er daarover al geregeld is.

De basis: Richtlijn Medicatiebeoordeling

IGZ ziet vanaf 1 juli 2015 zorgbreed toe op de uitvoering van de Richtlijn Medicatiebeoordeling. Zorgverleners moeten volgens IGZ voldoen aan de criteria van de richtlijn of moeten kunnen onderbouwen waarom zij daarvan afwijken.

De multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij Ouderen’is onderdeel van haar toezicht op verantwoord voorschrijven. In het kader van deze richtlijn is het van belang dat huisartsen en apothekers samenwerken aan medicatiebeoordeling voor een gerichte groep patiënten. Het is dus belangrijk dat de huisarts weet waaraan hij moet voldoen en hoe de medicatiebeoordeling uitgevoerd moet worden voor de meest kwetsbare personen binnen de praktijk.

Toetsingskader

De IGZ vindt medicatiebeoordeling een onderdeel van verantwoorde zorg. Uitgangspunt voor het toezicht vanuit IGZ per 1 juli 2015 is de Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij Ouderen.

De normen die IGZ hanteert en waarop getoetst zal worden bij het toezicht:

  1. Samenwerkingsafspraken over medicatiebeoordeling tussen voorschrijvers en apothekers zijn vastgelegd.
  2. Voorschrijvers en apothekers voeren medicatiebeoordelingen uit bij patiënten die voldoen aan de selectiecriteria op basis van de richtlijn “Polyfarmacie bij Ouderen”.
  3. Zorgverleners voeren systematisch en aantoonbaar medicatiebeoordelingen uit.
  4. Huisartsen en apothekers hebben 3 jaar de tijd om de medicatiebeoordeling op te zetten en te intensiveren. Het aantal medicatiebeoordelingen dat zorgverleners jaarlijks uitvoeren is gebaseerd op een groeimodel. IGZ handhaaft op een minimum aantal medicatiebeoordelingen per huisartsenpraktijk; 5 in 2015, 15 in 2016 en 25 in 2017.

Aanvullende criteria:

  1. ≥ 1 x gevallen in voorgaande 12 maanden
  2. signalen van verminderde therapietrouw

Selectiecriteria

  • leeftijd ouder dan 75 jaar
  • 7 of meer geneesmiddelen én
  • verminderde nierfunctie (eGFR < 50 ml/min/ 1,73m2).

Wat te doen? Checklist voor goede medicatiebeoordeling.

Om de samenwerking bij medicatiebeoordeling voorspoedig te laten verlopen, hebben LHV, KNMP en NHG de checklist Samenwerkingsafspraken Medicatiebeoordeling opgesteld. In deze checklist worden de belangrijkste onderwerpen benoemd waarvoor de huisarts afspraken moet maken.

Ons advies is de checklist te bespreken in bv. Hagro-verband. Maar ook om deze door te nemen met huisarts resp. apotheker met wie u een (groot deel) van uw patiëntenpopulatie deelt. 

Meer info over medicatiebeoordeling